• Wie zijn wij
  • Uw rechten en plichten
kleiner groter print

Binnen een dag ging het hele leven van Henk op z’n kop. Donderdagmiddag stond hij nog op de steiger, ’s avonds was hij opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De diagnose: een psychose. Nu, tien jaar later, is hij helemaal genezen en heeft hij het uitstekend naar zijn zin in een nieuwe baan. “Als het weer terugkomt, zou ik het voelen aankomen.”

Hij noemt het zelf een wonder dat hij er helemaal uit is gekomen, uit de psychose. Bijzonder is ook dat hij zich vrijwel alles nog herinnert. “Ik weet nog hoe ik op die avond werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis. Dat was vreselijk. Ik werd ergens in een kamer gedropt en kreeg geen eten, geen begeleiding, geen verzorging, niks. Het was heel erg.”
Zesendertig was hij toen de ziekte hem in de lente van 1995 overviel. “Ik had vooraf niets in de gaten, het gebeurde ineens.” Zijn vrouw belde de dokter en die besloot tot een spoedopname in een kliniek ergens in het midden van het land. “Zomaar weg uit het gezin, weg bij de kinderen en opgenomen in een omgeving waar ik voor m’n gevoel volledig aan m’n lot werd overgelaten.”

Ups en downs
Drie maanden lang zat hij in de kliniek. “Ik kreeg medicijnen, er waren gesprekken, maar ik kan niet zeggen dat ik echt veel begeleiding kreeg. Dat was later in het GPZ heel anders.”
In de herfst mocht Henk weer naar huis. “Ik ben toen heel veel bij familie geweest, die een boerderij hebben. Gewoon meehelpen. Dat was goed voor me. Later ben ik op therapeutische basis ook weer terug gegaan naar m’n werk, maar dat lukte niet. Het was te veel, ik wilde te veel en ik kon het niet. Nee, dat was geen succes.” De periode na de opname was er een met ups en downs. “Het ging beter, maar er waren ook mindere tijden. De ziekte heeft grote invloed gehad op ons gezin. Ook voor hen was het allemaal bijzonder zwaar. We hebben vier kinderen, die in die tijd ook hele periodes bij familieleden hebben gelogeerd. We werden goed geholpen, maar dat wil niet zeggen dat het ook allemaal weer goed ging. Dat je genezen bent.”

Op mijn gemak
Een jaar na de eerste opname, raakte hij opnieuw in een psychose. “Op de een of andere manier voelde ik het wel aankomen. Dat was heel eng. Ik merkte dat er iets met me gebeurde en dat wilde ik niet. Juist omdat de herinneringen aan die eerste keer nog zo vers in m’n geheugen lagen. Ik heb er ontzettend tegen gevochten. Achteraf bekeken, was dat verkeerd. Ik ben uiteindelijk weer onder dwang opgenomen. Weer in dezelfde kliniek. Ik was erg tegendraads en werkte bij alles tegen.” Door contacten met het toenmalige GPZ, duurde de opname in die inrichting maar een dag. “Toen werd ik overgebracht naar de fontein. En daar heb ik me vanaf het allereerste moment op mijn gemak gevoeld. De psychiater die me daar behandelde, vertrouwde me. Daar werd ik rustig van. Ik merkte dat hij er vast in geloofde dat het weer goed zou komen en dat gaf me een enorm stuk rust.” De opname duurde opnieuw drie maanden. “Maar het verschil met de inrichting waar ik eerder opgenomen was geweest, was enorm. Daar werd je aan je lot overgelaten, maar in de fontein gebeurden veel dingen in de groep. Dat was heel goed. Je at samen, je kon dingen in de groep bespreken. De sfeer was ook anders, vertrouwder. Natuurlijk heeft dat ook met het geloof te maken. En de contacten met de psychiater die me behandelde, waren heel goed.”

Andere richting
Langzaam maar zeker klom hij uit het diepe dal waarin hij voor de tweede keer terecht was gekomen. “In oktober 1996 mocht ik weer naar huis. Ik bleef natuurlijk nog wel onder behandeling, maar het ging beter, ik voelde me sterker. Ik kon opnieuw op therapeutische basis aan het werk bij m’n oude werkgever. Uiteindelijk werkte ik er weer vier dagen per week.” Omdat hij al voor z’n psychoses plannen had om van baan te veranderen, bleef een regeltje dat hij ergens las, haken in zijn hoofd: “Geld is niet belangrijk, je moet doen wat je leuk vindt”. “Dat liet me niet los en ik begon opnieuw de mogelijkheden te onderzoeken om wat m’n werk betrof een heel andere richting in te slaan. Ik wilde namelijk heel graag met mensen werken, mensen dingen leren, kortom: weg uit de bouw.” Een opleiding van dertien maanden begon. “Een dag in de week naar school en een dag in de week thuis studeren.”  Met hulp van anderen slaagde hij erin een eigen bedrijfje op te zetten. Hij weet de datum nog precies: “Op 7 augustus 2000 ben ik begonnen in m’n nieuwe baan. Een soort onderneming op franchisebasis. Ook dat was een risico. Ik liep aan tegen bijvoorbeeld het krijgen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat valt niet mee met mijn medische achtergrond. De psychiater heeft me daarbij geholpen. Het onderdeel psychische klachten werd uitgesloten van de verzekering, maar inmiddels is het meer dan drie jaar geleden en zou ik me ook daarvoor wel kunnen verzekeren.”

Grenzen
Nu, ruim tien jaar nadat het allemaal begon, is zijn leven totaal veranderd. “Het gaat goed, ik moet hard werken, maar ik ben erg blij dat ik het ook weer kan. Je leert een andere houding aan in alle gesprekken en therapieën. Hoe sta je in het leven? Hoe ga je met allerlei dingen om? Dat heeft er wel in geresulteerd dat ik geleerd heb wat mijn grenzen zijn.” Bang dat de psychose terugkomt, is hij niet echt. “Al vergeet je het nooit. Ik denk wel dat ik het nu aan zou voelen komen. En ik weet ook dat ik dan direct m’n psychiater moet bellen. Ik slik trouwens nog steeds medicijnen en daarvoor ga ik ook nog regelmatig op bezoek bij de psychiater. Maar het zijn meer gezellige gesprekken, dan dat je het therapie kunt noemen.”

Naam van de geïnterviewde is om privacyredenen gefingeerd.

Wat is een psychose?

Als iemand psychotisch is, dan is hij het normale contact met de werkelijkheid kwijtgeraakt. Er vindt een ernstige verstoring plaats in de manier waarop de betreffende persoon informatie uit de wereld om hem heen verwerkt. Iemand die psychotisch is kan hallucinaties of wanen krijgen of is erg verward.
Iedereen kan psychotisch worden. Meestal is er geen duidelijke oorzaak te vinden. Het ontstaan van een psychose hangt af van de kwetsbaarheid om een psychose te krijgen en van de stress die iemand ondervindt. De kwetsbaarheid voor een psychose kan erfelijk bepaald zijn. Een psychose wordt niet veroorzaakt door opvoedings- of gezinsproblemen.
Van schizofrenie is sprake als iemand één langdurige psychose of meerdere psychosen heeft doorgemaakt en in de tussenliggende periodes niet goed functioneert. 

Dit artikel is eerder verschenen in Eleoscript van oktober 2005 en is geschreven door W. van Egdom