• Wie zijn wij
  • Uw rechten en plichten
kleiner groter print

Dominee C. J. Meeuse, predikant van de gereformeerde gemeente in Apeldoorn, aarzelt even als hij het verzoek krijgt wat te zeggen over huiselijk geweld. “Het gaat hier natuurlijk over zaken die onder het ambtsgeheim vallen. Ik kan dus niet al te concreet zijn, maar moet me beperken tot algemeenheden. Maar ook in de kerkelijke gemeenten hebben we helaas met deze kwestie te maken.”

Vooraf vindt de predikant het belangrijk onderscheid te maken tussen fysiek geweld en psychisch geweld. “Daarnaast moeten we er oog voor hebben dat het van de kant van ouders, maar ook van de kant van kinderen kan komen. Ook is het mogelijk dat er geweld wordt gebruikt tussen de echtelieden, tussen de kinderen onderling, of tussen ouders en  kinderen. Te gemakkelijk denken we bij huiselijk geweld alleen aan lichamelijk geweld. Psychisch geweld is algemener en niet minder schadelijk. Ik denk dat we het begrip ‘huiselijk geweld’ eerst moeten definiëren, om niet in de strik te vallen dat we iedere pedagogische tik ook onder deze noemer brengen. Aan huiselijk geweld denk ik als er sprake is van misbruik, van fysiek of psychisch overwicht, waardoor schade wordt aangericht aan gezinsleden die daar niet tegen opgewassen zijn. Bedenk daarbij dat fysieke mishandeling ook psychische schade kan veroorzaken.”
De eerste voorvallen in eigen pastorale praktijk betroffen twee zaken die ongeveer tegelijk speelden. “Het ging in beide gevallen om geweld van de zijde van een vader, zowel tegen zijn vrouw als tegen zijn kinderen. Je schrikt daar heel erg van en kunt niet begrijpen dat de daders van dat geweld het proberen te verdedigen of zelfs goed te praten.”
Psychisch geweld komt volgens de predikant “helaas veel voor en is dikwijls moeilijk te bestrijden. De dader beseft meestal niet dat hij de ander –vrouw, man of kinderen– niet voldoende levensruimte gunt en verdrukt.”
Het blijkt dat gemeenteleden niet gemakkelijk over huiselijk geweld praten, ook niet met de predikant of een andere ambtsdrager. “Eens gebeurde het me dat een weduwe pas na de dood van haar man vertelde dat hij aan het zogenaamde ‘flagellantisme’ leed, en daarbij een karwats voor zijn vrouw gebruikte. Hij was er toen niet meer op aan te spreken. Had ik het tijdens zijn leven geweten dan zou ik inderdaad, met toestemming van zijn vrouw, daarover een gesprek begonnen zijn”, aldus ds. Meeuse.

Komt het in onze gezinnen voor dat ouders lichamelijk geweld tegen hun kinderen verdedigen met bijbelteksten als “Spaar de zoon de roede niet…”?
“Het zal zeker voorkomen, maar ik heb dit zo niet meegemaakt. Als we het hebben over ‘mishandelen’ dan zal bedoeld worden dat men zich te buiten gaat in woede of drift, of dat men met satanisch vermaak een kind kleineert en psychisch stukmaakt. Wel maakte ik het mee in een krakend huwelijk dat de man zijn vrouw verkrachtte, met verwijzing naar de tekst dat niet zij maar hij de “macht had over haar lichaam”. Ik heb hem erop gewezen dat het daar over ‘volmacht’ gaat en niet over dwang. Ook heb ik uitgelegd wat het verschil is tussen als een beest bij je vrouw te wonen en ‘met verstand’.”

Hoe ziet u dit, opvoeding en straffen?
“Bij de opvoeding is ongetwijfeld een belangrijk aspect het aanbrengen van grenzen waar men niet overheen mag gaan. Doet men toch wat verboden is, dan moeten er sancties zijn. Het mooiste is het als dit met woorden kan. Is een kind in een koppigheidsperiode dan zal afleiding nog wel eens kunnen helpen. Straf en zeker slaag is het allerlaatste waar je de toevlucht toe neemt.  Zonder tucht zal het evenwel niet gaan. Zo lezen we dat in de Spreuken van Salomo. Toch moeten we het tuchtigen van onze kinderen niet overdrijven, in de zin van: veel slaag is goed. Er zijn kinderen die nooit een tik  nodig hebben. Sommigen hebben een zacht karakter, dat door een vermaning al zwicht. Een volgende poging om terecht te brengen is toorn te tonen. Boosheid is voor een kind het schijnbaar verbreken van de liefdesrelatie. Het schijnt dat vader of moeder geen liefde meer heeft tot het kind. Vandaar de reactie bij jongere kinderen. Men zegt wel eens: je slaat ze naar je toe. Dat geldt dan wel van het kind onder de twaalf jaar en als er getuchtigd wordt uit liefde. Dan heeft bij een tik de ouder de meeste pijn. Salomo zegt in Spreuken 19: 18: “Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden”. Hij doelt hier ongetwijfeld ook op een te hard optreden bij de wilsopvoeding, waarbij men ernstige schade aan kan richten in de kinderziel.”

Wat is uw insteek, pastoraal gezien, wanneer u te maken krijgt met huiselijk geweld in een kerkelijk gezin?
“Is het fysiek geweld, dan zal ik zo snel mogelijk tussenbeide komen. Een man mag zijn vrouw niet slaan, een vrouw haar man niet. Ook dat laatste komt voor. Luistert men en stopt het, dan kan de zaak uitgesproken en vergeven worden. Lukt het niet, dan halen we degene die geslagen wordt, weg bij haar echtgenoot, maar proberen toch te werken aan herstel van het huwelijk. Beide heb ik helaas wel meegemaakt.
Geldt het overmatige slaag –of erger- kinderen, dan zul je toch eerst proberen het zo snel mogelijk te stoppen. Lukt het niet –wat ik nog niet meegemaakt heb– dan zou er ingegrepen moeten worden door middel van voor handen zijnde hulpverlenende instanties.”
 
Huiselijk geweld en het zevende gebod kunnen met elkaar te maken hebben. Kent u situaties waarin je moet zeggen: als er nu geen scheiding komt, dan kan het wel eens op moord uitlopen? En hoe ga je daar mee om als kerk?
“Helaas zijn er zulke gevallen. Als er de dreiging van moord is dan haal je het slachtoffer tijdig weg; als er bewijzen zijn desnoods met behulp van de politie. We proberen dan toch weer aan herstel te werken. Zijn er geen mogelijkheden dan zal de kerk berusten in een scheiding van tafel en bed. Ieder geval staat evenwel op zich. Ook zal de kerkelijke censuur in zo’n geval gebruikt worden als middel om de dader tot inkeer en schuldbelijdenis te brengen.”

Er is bij slachtoffers nogal eens iets van: laten we er maar niet mee naar buiten komen, we worden toch niet geloofd. Hoe ziet u hierin de taak van een ambtsdrager?
“Meestal komt het verzwijgen voort uit de begeerte om geen vuile was buiten te hangen. Krijgen ambtsdragers kennis van huiselijk geweld, dan moet er eerst een grondig onderzoek gedaan worden. Wel te verstaan: ambtsdragers zijn geen rechercheurs. Zij mogen niet afgaan op geruchten. Zijn er evenwel bewijzen, dan moet onderzocht worden wie de schuldige is. Ik denk niet dat men meteen de bemoeienis van de overheid moet zoeken, maar eerst moet  proberen het te stoppen. Pas als het niet lukt, moet er ruchtbaarheid aan gegeven worden. Als het kinderen betreft, zal dit gebeuren via de school.”

Denkt u dat het goed is dat de kerk de jonge mensen ook goed voorbereidt op het huwelijk? Door huwelijkscatechese bijvoorbeeld?
“Ja. Dit kan op de catechisatielessen gebeuren bij de behandeling van het zevende gebod. Ook is een uitvoerig huwelijksgesprek wenselijk, waarin allerlei haken en ogen van het huwelijksleven aan de orde gesteld kunnen worden. In het geheel van de gemeente is het nuttig af een toe een aantal huwelijkscatechisaties, of hoe je het noemen wilt, te houden, waar ieder komen kan die belang heeft bij de optimalisering van het huwelijksgeluk. Zo heb ik vorig jaar een viertal avonden belegd over het huwelijk.
Wie weet wat de waarde is van een harmonisch huiselijk leven, zal zich graag inspannen om dit ook bij anderen te bevorderen. Niemand die hierin zo gewillig en bekwaam is als de Zaligmaker, Die ons leert wat zelfverloochenende liefde is tot in Zijn kastijdingen toe.”

Dit artikel verscheen eerder in Eleoscript van maart 2005 en is geschreven door W. van Egdom