• Wie zijn wij
  • Uw rechten en plichten
kleiner groter print

‘Elke dag ben ik weer dankbaar dat het goed gaat’

Wonen in een woonvorm wordt vaak als eindstation gezien, zowel door patiënten als hun omgeving. Maar dat is een ongegronde veronderstelling. Een levend bewijs daarvan is Annemarie de Leeuw (36). Na een periode met ernstige psychische problemen en een intensief begeleidwonentraject, staat ze inmiddels en al weer drie jaar op eigen benen.

In het kantoor van beschermende woonvorm Transitus in Gouda, waar ze voor 24 uur in de week werkt als administratief medewerkster, doet Annemarie haar verhaal. Op de achtergrond is haar voormalig begeleidster en locatiemanager, nu collega, Ria van der Leer aanwezig. “Ik had altijd al last van een negatief zelfbeeld”, vertelt Annemarie,  “maar rond mijn twintigste kreeg ik serieuze psychische problemen. Ik werd depressief en had last van angsten en paniekaanvallen. Omdat werken niet meer ging en thuis wonen ook niet, ben ik in 1994 opgenomen in een therapeutische instelling.”

Psychoses
Helaas was dit niet het begin van verbetering, maar van een serie opnamen in verschillende instellingen op met name gesloten afdelingen. Het ging eigenlijk alleen maar slechter met Annemarie. Ze kreeg last van psychoses en vormde een gevaar voor zichzelf. In 1997 heeft ze zichzelf tijdens een psychose in brand gestoken. Ze raakte voor dertig procent verbrand. Tijdens het interview draagt Annemarie korte mouwen en de littekens van deze gebeurtenis  zijn duidelijk zichtbaar op haar bovenarmen. Ook de psychische schade was groot. Annemarie: “Ik kreeg een PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) waardoor mijn problematiek alleen maar verergerde en complexer werd. Na drie maanden revalideren in het brandwondencentrum, ben ik naar het CIB (Centrum Intensieve Behandeling, AvD) gegaan. Dat is bedoeld voor mensen die nergens anders meer terecht kunnen. Daar werd gekeken hoe ik het best verder geholpen kon worden. Ik ben daar in zoverre opgeknapt dat ik na een paar maanden zelfstandig mocht wonen op het terrein. Maar dat ging niet goed, omdat ik last bleef houden van psychoses en dissociaties. Daarom werd ik doorverwezen naar een project voor begeleid wonen.”

In september 2001 kwam ze bij woonvorm Transitus terecht. “Ik ging er naartoe met het idee dat ik er niet meer vandaan zou komen. Het voelde als falen, dat ik niet op eigen benen kon staan. Maar toen ik daar eenmaal zat, viel het me erg mee. De begeleiding was fijn. Gedurende mijn opnametijd was ik mezelf gaan zien als: het probleem Annemarie. Hier zagen zij mij als: Annemarie met problemen. Dat deed me goed. Ik voelde me er snel thuis, en had goed contact met mijn medebewoners. Ook voelde ik hier weer vrijheid, een gevoel dat ik lange tijd niet had gehad.”

Gele vla
De intensieve begeleiding die ze in Gouda kreeg, had ze hard nodig. “Ik had de neiging om of de hele dag in de stoel te blijven zitten op dezelfde plek zodat ik alles kon overzien. Of soms ging ik juist dwalen, ik had nog altijd last van psychoses. En douchen bijvoorbeeld, deed ik niet als ik niet werd gestimuleerd, ik vond het moeilijk mijn littekens onder ogen te zien. Daarnaast was ik altijd voor anderen aan het zorgen.  Locatiemanager Ria van der Leer blikt even met Annemarie terug op de extremiteit van deze eigenschap destijds: “Weet je nog dat je een keer een van ons erop aansprak of we niet vergaten een oudere bewoner te helpen met douchen. En je kende ook iedereens agenda uit je hoofd!” Annemarie: “Maar omdat we hier een vaste taakverdeling hadden, werd ik begrensd in deze eigenschap. Door kleine, haalbare doelen te stellen, en die te evalueren met de begeleiding, ging ik steeds kleine stapjes vooruit. Bijvoorbeeld door een keer op een andere plek te gaan zitten in de woonkamer.”

Maar het brandtrauma vormde een groot obstakel in de weg naar verbetering. “Mijn negatief zelfbeeld werd door de brandwonden alleen maar verslechterd. Als ik naar mezelf keek, zag ik één groot litteken. Ook had ik negatieve associaties rondom geuren, kleuren en voorwerpen die me aan het moment deden herinneren. Als ik een aansteker zag, raakte ik daardoor helemaal van slag. En ik kon niet gewoon gele vla eten, omdat de kleur  me herinnerde aan de zalf in het brandwondencentrum. Daarbij wilde ik niet in de buurt komen. Koken op gas lukte ook niet. Daarnaast voelde ik me erg schuldig over wat ik had gedaan, vooral tegenover God. Mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest en dat had ik beschadigd.”

Waxinelichtje
Na ongeveer anderhalf jaar bij Transitius ben ik daarom therapie gaan volgen bij brandwondenstichting Beverwijk, om mijn trauma te verwerken. Ik moest weer leren omgaan met alles wat me herinnerde aan de brand. Dat begon met een kleine oefening als mijn handen en voeten insmeren met lotion en later een gesprek voeren met een aansteker in het midden en weer later met een waxinelichtje in de buurt. Ik leerde ook anders naar mezelf te kijken, en zag niet meer alleen littekens als ik naar mezelf keek. Ook ben ik in het brandwondencentrum in Rotterdam geweest en ben onder andere naar de plek gegaan waar ik in de nacht van de gebeurtenis binnenkwam. Dat was een goede stap, want daardoor kon ik daar later, zonder te veel problemen, mijn hersteloperaties ondergaan. Daarnaast heb ik pastorale hulp gehad om beter om te leren gaan met het beklemmende schuldgevoel dat ik had tegenover God. De dominee gebruikte het voorbeeld van Paulus dat hij de gemeente van Christus heeft vervolgd, en dat hij later belijdt dat hij dat in onwetendheid heeft gedaan. Zo had ik mijzelf ook in onwetendheid in brand gestoken. Dit inzicht, in combinatie met de therapie in het brandwondencentrum, gaven een positieve omslag gegeven in mijn situatie.”

Hierna gingen de ontwikkelingen in haar leven plotseling snel. “Ik verwerkte niet alleen de brand, maar kreeg ook een algemeen positiever zelfbeeld,  kwam uit mijn depressie en kreeg steeds minder last van psychoses. Ook pakte ik mijn hobby’s – fotograferen, tekenen, borduren en lezen - weer op en ging vrijwilligerswerk doen, op een basisschool, wat ik nu nog steeds doe, en in een verpleeghuis. Dat deed me goed. Omdat ik door mijn verbeteringen niet meer in de groep paste en op de plek waar ik was, werd belemmerd in mijn ontwikkelingen, ging ik naar de dependance van de woonvorm, daar had ik een eigen zit- en slaapkamer en minder intensieve begeleiding. Een soort kamertraining. Het ging steeds beter, alleen grenzen stellen in  mijn zorg voor anderen, vond ik nog lastig.”

Ongeloofwaardig
Na anderhalf jaar op de nevenlocatie, was het in 2006 tijd voor een volgende stap. “Ik ben samen met een vriendin op een flatje gaan wonen. Het is niet zo dat ik toen niet alleen kon wonen, maar ik vond het gezelliger met iemand samen. In het begin kreeg ik ambulante woonbegeleiding (woonbegeleiding aan huis, red.), maar dat werd langzaam afgebouwd. Op een gegeven moment had ik behoefte aan iets helemaal voor mezelf. Sinds drie maanden woon ik nu alleen in een appartement in Gouda. Het is helemaal naar mijn zin en naar mijn eigen smaak ingericht: in koloniale stijl.”

Waar het voor veel mensen een vanzelfsprekendheid is een eigen onderkomen te hebben, raakt Annemarie keer op keer verwonderd. “Als ik thuis ben, denk ik regelmatig: tjonge, dit is van mezelf. Het is een rijk, intens gevoel van dankbaarheid, ik had nooit gedacht dat ik dit zou bereiken. En hoewel het verleden een plek heeft gekregen, denk ik nog elke avond voordat ik naar bed ga: ik heb weer een goede dag gehad. Ik ervaar het steeds weer als bijzonder, dat het zo goed gaat en blijft gaan. Hoewel ik niet alles begrijp, zie ik wel dat niets voor niets is geweest en dat God mij heeft geleid. ”

Begeleiding heeft Annemarie niet meer, maar als ze zegt dat ze nergens tegenaan loopt in het zelfstandig wonen, lijkt dat bijna ongeloofwaardig. Maar Ria bevestigt het: “Ze heeft haar huishouden beter op orde dan menig ander persoon. Alles is georganiseerd en netjes, maar het is tegelijk ook gezellig.” Ze is nog altijd onder de indruk van de vooruitgang die Annemarie heeft geboekt. “Toen ze hier kwam was ze erg kwetsbaar en had zo’n  complexe problematiek, dat het voor ons spannend was hoe het zou gaan. We hadden toen nooit voorzien dat ze dit zou bereiken, maar we hebben wel altijd in haar geloofd. Zich richtend tot Annemarie: “Je had een enorme innerlijke drive om verder te komen. Afspraken maken, afspraken nakomen, meewerken en dingen onder ogen durven zien, waren jouw motto’s, waar je je strikt aan hield.” Annemarie wil met haar verhaal graag anderen bemoedigen. Ze heeft daarvoor geen spetterende afsluitende woorden of een mooi geformuleerde zin voor, maar na wat ze heeft verteld, zijn haar gunnende woorden: “Het kan echt”, bijna een onnodige toevoeging.