• Wie zijn wij
  • Uw rechten en plichten
kleiner groter print
 
  • Auteur van dit dossier: Mw. drs. C.M. van de Grift, gedragstherapeut en mw. A. van Genderen, arts.

Wat is een eetstoornis?

In Nederland lijden zo’n 6.000 mensen aan anorexia nervosa (magerzucht) en 20.000 mensen aan boulima (vraatzucht). Daarnaast heeft 1% van de volwassen bevolking last van een eetbuistoornis (Binge Eating Disorder). Anorexia en boulimia komen vooral voor bij jonge meisjes en vrouwen. De eetbuistoornis komt even vaak bij mannen als bij vrouwen voor.

Door behandeling slaagt ongeveer de helft van de patiënten er in, om af te komen van de eetstoornis. Bij éénderde blijft de eetstoornis bestaan, maar worden de problemen wel minder en verbetert de situatie. Een aantal patiënten blijft chronisch last houden van de stoornis.

Bij mensen met een eetstoornis is er sprake van verstoord eetgedrag. Waar eten normaal een gezellig gebeuren kan zijn, zijn personen met een eetstoornis zo sterk bezig met eten en hun gewicht dat het eten een obsessie is geworden. Ze eten niet als ze honger hebben, leggen zichzelf een veel te streng dieet op of hebben buien waarin ze veel teveel en meestal ongezond, calorierijk voedsel eten. Eten bezorgt hun gevoelens van schuld, schaamte en geeft veel spanning en angst.

Er zijn verschillende soorten eetstoornissen maar deze hebben ook een aantal overeenkomsten:

Mensen met een eetstoornis

  • zijn geobsedeerd door hun gewicht en alles wat met eten te maken heeft
  • hebben een verstoord beeld van zichzelf
  • zijn buitengewoon bang om aan te komen en dik te zijn
  • ontkennen of verbergen hun eetprobleem

Welke eetstoornissen zijn er?
De meest voorkomende eetstoornissen zijn Anorexia Nervosa en Boulimia Nervosa. Een minder bekende eetstoornis die ook veel voorkomt is Binge Eating Disorder (eetbuistoornis)

Kenmerken van deze eetstoornissen:

Anorexia Nervosa (AN) wordt gekenmerkt door:

  • intense angst om dik te worden of angst voor gewichtstoename
  • verstoord beeld van het eigen lichaam. Zichzelf te dik vinden, ook al is men broodmager
  • weigeren het lichaamsgewicht te handhaven op een gezond niveau (zie onder voor wat een normaal gewicht is)
  • bij meisjes: langer dan drie maanden wegblijven van de menstruatie. Soms bestaat er al anorexia voordat het meisje gaat menstrueren

Er zijn twee types anorexia.

Bij het ene type is men mager als gevolg van vasten, diëten en eventueel toegenomen lichaamsbeweging.
Het andere type heeft ook eetbuien die worden gecompenseerd door het gebruik van plaspillen, laxeermiddelen of door zelf opgewekt braken.

Boulimia Nervosa (BN) wordt gekenmerkt door:

  • perioden met vreetbuien waarin in een beperkt tijdsbestek een grote hoeveelheid eten verorberd wordt, waarbij men het gevoel heeft zichzelf niet in de hand te hebben
  • om de gewichtstoename te compenseren gaat men over tot braken, vasten, extreem veel bewegen of gebruik van plaspillen of laxeermiddelen
  • dit gedrag komt zeker twee keer per week voor gedurende minstens drie maanden
  • verder is men overmatig bezig met de lichaamsvorm en het gewicht

Binge eating disorder (BED) wordt eveneens gekenmerkt door:

  • eetbuien waarbij men het gevoel heeft zichzelf niet te kunnen beheersen. Alleen probeert men het voedsel niet kwijt te raken door bijvoorbeeld laxantia te gebruiken of braken op te wekken
  • de eetbuien komen gemiddeld twee keer per week gedurende minstens een half jaar voor
  • omdat er geen compensatiegedrag is, leidt deze stoornis tot vetzucht en is deze stoornis meer zichtbaar

Wat is een normaal gewicht?
Bij kinderen is er sprake van ondergewicht als het gewicht minder dan 85% is dan het gewicht dat hoort bij de lengte en leeftijd van dit kind. Voor volgroeide tieners en volwassenen gebruikt men de body mass index (BMI). Dat is het gewicht gedeeld door het kwadraat van de lengte. Een BMI van 17,5 of minder duidt op AN. Bij een BMI hoger dan 30 is er sprake van obesitas of vetzucht. Kijk ook op www.voedingscentrum.nl.
Bij meisjes die nog in de puberteit zijn, kan het voorkomen dat ze weliswaar niet afvallen maar wel in lengte groeien en alsnog in deze kritische zone terechtkomen. Problemen of stoornissen zoals AN kunnen ook het gevolg zijn van een plotselinge drastische gewichtsafname, nadat er sprake was van overgewicht, zonder dat het gewicht al onder de kritische grens is gedaald. Dat betekent dus dat er niet alleen gekeken moet worden naar het huidige gewicht maar ook naar het verloop van de groeicurve in de voorgaande jaren. En dat er bij een BMI van meer dan 17,5 toch sprake kan zijn van een ernstige of zelfs levensbedreigende situatie. Dit geeft het belang aan om bij enige verdenking van een eetstoornis dit te laten beoordelen door een arts met kennis van eetstoornissen.

Hoe ontstaat een eetstoornis?

Eetstoornissen ontstaan meestal door een combinatie van verschillende factoren:

Psychische factoren
Mensen met AN en BN hebben vaak een persoonlijkheid die de volgende overeenkomsten vertoont: ze kampen met een negatief zelfbeeld en hebben weinig zelfvertrouwen, willen alles perfect doen en zijn bang om afgewezen te worden of fouten te maken en vermijden conflicten. Daarnaast hebben ze vaak moeite hun gevoelens te uiten of zijn somber. Het extreme afvallen geeft de personen met AN vaak een gevoel van controle en ergens goed in te zijn. Dit kan sluimerend beginnen met normaal lijnen en de complimentjes die men aanvankelijk ontvangt voor het uiterlijk werken dan stimulerend.

Sociale factoren
Een eetstoornis ontstaat meestal in of vlak na de puberteit, een levensfase waarin grote veranderingen optreden. Die veranderingen kunnen als angstig of ingrijpend ervaren worden. Ook traumatische ervaringen, waaronder incest, vormen een belangrijk risico voor het ontstaan van met name BN. Daarnaast spelen de eisen die de maatschappij stelt aan het schoonheidsideaal van de vrouw –waarbij slank als mooi wordt gezien- een rol.

Biologische factoren
Erfelijke factoren lijken ook een rol te spelen. In sommige families komen eetstoornissen vaker voor.
 
Gevolgen van een eetstoornis
Omdat men de eetstoornis wil verbergen, komt men steeds meer alleen te staan. De eetstoornis vraagt alle energie een aandacht. Er ontstaan concentratiestoornissen en gevoelens ven depressiviteit, machteloosheid en waardeloosheid. De lichamelijke gevolgen kunnen zeer ernstig zijn. De spieren worden steeds zwakker, de ontwikkeling staat stil. Meisjes menstrueren niet meer. De hele stofwisseling gaat op een lager pitje branden.
Daardoor hebben mensen met AN het vaak koud, krijgen blauwe vingers en nagels, slapen slecht. De huid wordt droog en slap en krijgt een donsachtige beharing. Er treedt onherstelbare botafbraak op. Voedsel wordt moeizamer verteerd en minder goed verdragen. Er ontstaat obstipatie.
Bij BN leidt het braken tot aantasting van het gebit en problemen in de mondholte, zoals keelpijn en heesheid. Het braken en gebruik van laxeermiddelen is niet zonder risico omdat het tot kaliumgebrek kan leiden, wat weer aanleiding kan zijn tot dodelijke hartritmestoornissen.

AN en BN zijn ernstige ziekten, die goede behandeling en hulp behoeven!
Mensen met AN ontkennen soms jarenlang voor zichzelf en hun omgeving een eetprobleem te hebben met alle gevolgen van dien. Mensen met BN schamen zich vaak hulp in te roepen. Dat is jammer, want het is erg moeilijk op eigen kracht een eetstoornis te overwinnen. En er zijn steeds betere therapieën. Wacht dus niet met hulp zoeken. Hoe eerder de eetstoornis wordt behandeld, des te groter is de kans ervan af te komen!  

Behandeling van eetstoornissen

Behandeling bij anorexia nervosa
De behandeldoelen bij patiënten met anorexia nervosa zijn onder andere het herstellen van een gezond gewicht, het normaliseren van het eetpatroon, de ontwikkeling van een normale kijk op zichzelf, gevoel van honger, verzadiging en het herstellen van de lichamelijke en psychische bijverschijnselen als gevolg van ondervoeding en overgeven. Bij de behandeling van anorexia zijn verschillende mensen betrokken namelijk een arts, een therapeut voor de individuele behandeling, een systeem-/gezinstherapeut en een diëtiste.

De arts
Bij de start van de behandeling maakt de arts een globale lichamelijke beoordeling van de patiënt en verwijst deze voor bloedonderzoek naar het ziekenhuis. De uitslagen van dit onderzoek bespreekt de arts met de patiënt. Afhankelijk van de lichamelijke conditie zal er een controle door een (kinder)arts in het ziekenhuis gedaan worden. Al deze informatie wordt verzameld en afhankelijk van de lichamelijke toestand wordt verder beleid besproken. In het begin van de behandeling ligt de nadruk met name op het lichamelijk functioneren. Wanneer een patiënt lichamelijk in slechte conditie is, is deze niet in staat te profiteren van de behandeling. Daarom wordt er in overleg met de patiënt, de ouders, de arts, diëtist en de therapeuten besproken naar welk gewicht toegewerkt gaat worden om baat te kunnen hebben van de therapie.

De diëtist
Er wordt nauw samengewerkt met een diëtist. Deze kan werkzaam zijn bij de instelling zelf, of komt van buiten. Met de diëtist wordt een eetprogramma opgesteld dat erop gericht is om het gezamenlijk vastgestelde streefgewicht te gaan halen. De mate waarin iemand per week gaat aankomen, wordt in overleg met de diëtist en de therapeut vastgesteld, maar als richtlijn wordt een halve kilo per week genomen. De diëtist weegt de patiënt bij elk bezoek.

De individuele therapie
Het lijkt zo simpel wat hierboven beschreven is, maar in gewicht toenemen is iets wat iemand met anorexia juist niet wil. De motivatie voor de behandeling is daarom aan het begin niet zo groot. Iemand wordt vaak door de omgeving gedwongen of gaat in behandeling omdat zij helemaal vastloopt in het dagelijkse functioneren: school lukt bijvoorbeeld niet meer en zij kan niet meer meedoen met activiteiten van leeftijdsgenoten. Dat zorgt ervoor dat de patiënt wel is aangemeld, maar eigenlijk nog steeds niet wil aankomen. Dit dilemma wordt in de individuele therapie besproken zodat de motivatie van de patiënt voor behandeling kan gaan toenemen. Dit helpt om het eetschema wat is vastgesteld beter te kunnen uitvoeren. Daarnaast komen ook de gevoelens van de patiënt aan de orde, zoals hoe moeilijk iemand het vindt om te gaan eten, en de gevoelens van schaamte en falen die de stoornis oproept. Als iemand met anorexia moet gaan eten roept dat angst op. In de individuele therapie leert de patiënt met deze gevoelens omgaan. Vrienden en vriendinnen om haar heen zijn al lange tijd erg bezorgd om haar geweest. Ze kan bang zijn, dat als ze weer gaat eten ze minder aandacht van haar vriendinnen krijgt. Het gaat hier om de vraag hoe zij haar sociale contacten onderhoudt zonder eetprobleem.

Systeem/gezinstherapie
Relaties met gezinsleden en buiten het gezin zijn belangrijk bij de behandeling van eetstoornissen. Daarom is er in de behandeling aandacht voor de zo genoemde systeemaspecten. Daarbij zijn de volgende mogelijkheden:

  • voorlichting over de stoornis aan naastbetrokkenen: kinderen, ouders, school, kerk etc.
  • ouder/partnerbegeleiding: partners en of ouders steunen in het proces dat zij doormaken wanneer hun kind aan een eetstoornis lijdt, en hen coachen in de begeleiding van hun kind
  • gezinsbehandeling: bij gezinsbehandeling wordt met de patiënt en het gezin gezocht naar de betekenis van de eetstoornis in de relaties van de gezinsleden. Het gezin wordt geholpen een weg te vinden die door de gezinsleden als helpend ervaren wordt. Gaandeweg de behandeling kan er ook met delen van het gezin gesproken worden.

Behandeling bij boulimia
De behandeling van boulimia vindt met name plaats via cognitieve gedragstherapie. Er kan volgens een behandelprotocol gewerkt worden waarbij patiënt een eigen werkboek bijhoudt. De behandeling bestaat uit 24 bijeenkomsten. Bij cognitieve gedragstherapie gaat het om de invloed van iemands gedachten op zijn of haar gevoelens en gedrag. Er wordt gekeken of iemands gedachten – deze zijn vaak negatief – hem of haar helpen om minder problemen te ervaren. Als gedachten niet ‘helpend’ zijn, wordt er gezocht naar andere, meer adequate, manieren van denken. Tijdens de behandeling wordt ook het problematisch gedrag in kaart gebracht en de omstandigheden waarin dat gedrag voorkomt. Daarna helpt de therapeut om met beter passende gedragspatronen te reageren op omstandigheden.

Eetstoornissen en geloofsleven

De gedachten die iemand over zichzelf heeft en de daaruit voortkomende gevoelens hangen nauw samen met eetproblematiek. Een negatief zelfbeeld, minderwaardigheidsgevoelens en perfectionisme versterken eetproblemen. Eetproblemen kunnen vervolgens weer leiden tot gevoelens van angst, falen, schaamte en schuld. Angst, om in gewicht toe te nemen. Falen, omdat het niet lukt om los te komen van ongezonde eetpatronen. Schaamte en schuld vanwege het dubbelleven dat men leidt.

Het geloofsleven staat niet los van dit alles. Door voortdurend bezig te zijn met eten en gewicht raakt iemand op zichzelf gericht en kan daarbij God uit het oog verliezen. Verder kunnen schaamte- en schuldgevoel ertoe leiden dat iemand niet meer naar God toe durft te gaan. Met name wanneer er sprake is van braken en het gebruik van laxeermiddelen, speelt zondebesef een rol.

Als dit zondebesef ertoe leidt dat iemand zich angstig en onwaardig voelt om het aangezicht van God te zoeken, is de kans groot dat hij of zij steeds dieper verstrikt raakt in de eetproblematiek. Men kan proberen de eetproblemen te doorbreken met wilskracht. Als men zich echter énkel op wilskracht richt, is men bezig met symptoombestrijding in plaats van met het onderliggende probleem en kan de problematiek zelfs worden verergerd. Om pogingen tot gedragsverandering te kunnen laten slagen, is er werkelijke verandering van binnenuit nodig. En omdat mensen dit vanuit zichzelf niet kunnen, is het zo belangrijk dat iemand met eetproblemen zijn toevlucht bij God zoekt.

Wanneer christenen worden opgeroepen om hun lichamen te stellen tot een levend, heilig en God welgevallig offer (Romeinen 12:1,2) staat dit niet in de context van zelfdiscipline en ijver. Het staat in de context van de barmhartigheid van God en het feit dat Hij het denken van mensen wil vernieuwen. Deze vernieuwing in het denken, kan onterechte negatieve gedachten laten plaatsmaken voor een boodschap van liefde en genade. Op deze manier kan geloof een belangrijke houvast bieden voor mensen die zich gevangen voelen in hun gewicht. Het geloof sluit de hulpverlening echter niet uit. Daarom is het ook belangrijk om gebruik te maken van behandelingsmogelijkheden binnen de geestelijke gezondheidszorg. 

Naastbetrokkenen

Als een gezinslid lijdt aan een eetstoornis, heeft dat invloed op de andere gezinsleden en de onderlinge relaties in een gezin. De mensen in de directe omgeving van een patiënt met een eetstoornis zijn vaak bezorgd en voelen zich onmachtig om de patiënt te helpen. Helpen lukt niet echt of werkt zelfs averechts. Men vraagt zich af hoe een kind, partner, broer of zus het beste geholpen kan worden. Andere kinderen uit het gezin vragen zich ook af hoe zij hun ouders kunnen helpen in de zorg om een broer of zus met een eetstoornis. Kortom: er is veel onzekerheid.
De reacties van de omgeving beïnvloedt ook de manier waarop een patiënt omgaat met en aankijkt tegen zijn of haar eetstoornis. Soms voelt hij/zij zich gesteund en geholpen, op andere momenten faalt hij/zij en voelt zich een lastpost met een probleem.
Er is dus sprake van een beïnvloeding op meerdere niveaus: van de patiënt naar naasten, tussen de naasten onderling en van de naasten naar de patiënt.

Enkele tips:

  • Neem als ouder initiatief als u denkt dat uw kind aan een eetstoornis lijdt. Maak het bespreekbaar, betrek samen de huisarts voor advies.
  • Blijf kiezen voor een open en eerlijke manier van omgaan met elkaar.
  • Wordt geen therapeut, maar verwijs naar professionals.
  • Vermijdt exclusieve contacten of exclusieve vertrouwelijkheid. 
  • Niemand is een eetstoornis: heb het vooral ook eens over andere dingen.
  • Verander uw eetgedrag niet bij voorbaat omwille van een patiënt met een eetstoornis.
  • Leef mee en bid voor de ander.

Lees hier de signalenkaart eetstoornissen

Zorgaanbod

Bij Eleos Dordrecht is er een behandelaanbod voor jongeren en volwassenen met anorexia nervosa of boulimia. In de andere regio’s wordt afzonderlijk per situatie beoordeeld of de aanmelding in behandeling wordt genomen of dat er door wordt doorverwezen naar speciale afdelingen en/of klinieken.

Verder lezen

  • H. W. Hoek, Omgaan met eetproblemen, een leidraad voor patiënten en hun omgeving, Kosmos-Z&K Uitgevers.
  • J. Spaans, Slank, slanker, slankst, over anorexia nervosa en wat je eraan kunt doen, uitgeverij Boom.
  • J. Spaans, Ik eet als niemand het weet, over boulimia nervosa en wat je eraan kunt doen, uitgeverij Boom.
  • U. Schmidt & J. Treasure, Beetje bij beetje beter, een overlevingspakket voor mensen met bulimia en vreetbuistoornisen, SWP
  • J. Vanderlinden, Anorexia nervosa overwinnen in 13 stappen, Terra- Lannoo
  • J. Vanderlinden, Boulimia en eetbuien overwinnen,  Lannoo

Links

Sites met meer info:

Sites van instellingen waar behandeling wordt geboden:

  • www.centrumeetstoornissen.nl
    Het behandelcentrum voor eetstoornissen van Rivierduinen, Oegstgeest/Leidschendam. Via deze site kun je ook een zelftest doen.
  • www.amarum.nl
    Centrum voor eetstoornissen in Gelderland en Overijssel, starten in het najaar een polikliniek voor (jonge) kinderen met een eetstoornis, en mogelijk ook een deeltijdprogramma.
  • www.ziezozelfhulp.nl
    Zelfhulporganisatie voor mensen met een eetstoornis, en mensen in hun naaste omgeving. Op de site kun je je aanmelden voor een nieuwsbrief.
  • www.humanconcern.nl
    Hulpverlening aan mensen met een eetstoornis, evenals hun omgeving, in de vorm van e-mailtherapie, groepstherapie en individuele therapie. De hulpverlening is gebaseerd op de combinatie van ervaringsdeskundigheid en professionaliteit.
  • www.hezelfhulp.nl
    Een zelfhulporganisatie die vanuit ervaringsdeskundigheid informatie, voorlichting en hulp biedt aan mensen met een eetstoornis en hun omgeving. Is verbonden aan Altrecht.
  • www.eetbuien.nl
    Website van de organisatie Artiva, welke begeleiding biedt (individueel of in groepsverband) aan mensen met kleine en grote eetproblemen.

Sites van instellingen die behandeling bieden met aandacht voor christelijke identiteit:

 

Terug naar ziektebeelden overzicht

Woordenlijst
Veelgebruikte begrippen/afkortingen woordenlijst